ECLI:NL:RBDHA:2023:489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-verzoek als familie- of gezinslid bij zoon wegens belangenafweging artikel 8 EVRM
Eisers, van Pakistaanse nationaliteit, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) als familie- of gezinslid bij hun zoon, de referent, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvragen af wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eisers en referent, hoewel hechte persoonlijke banden met de kinderen van de referent werden erkend.
Eisers voerden aan dat de belangenafweging niet zorgvuldig was verricht en dat zij onterecht niet zijn gehoord. De rechtbank oordeelt dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt, waarbij alle relevante feiten zijn betrokken, waaronder de gezondheidssituatie, financiële steun, en de positie van eisers in Pakistan. De banden met het land van herkomst zijn meegewogen in het nadeel van eisers.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de referent correct heeft gehoord en dat geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk, en het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard. Eisers krijgen een proceskostenvergoeding voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de MVV-aanvraag wordt ongegrond verklaard.