ECLI:NL:RBDHA:2023:4652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstandsuitkering ondanks beslag op ZW-uitkering
Eiser ontving vanaf april 2018 een bijstandsuitkering naast zijn WW-uitkering, die later werd vervangen door een ZW-uitkering en vervolgens een WIA-uitkering. Het college herzag en vorderde bijstand terug over de periode augustus 2018 tot juli 2020, omdat volgens het college eiser hogere inkomsten had ontvangen dan was verrekend en hij inkomsten uit werk niet had gemeld.
Eiser stelde dat zijn netto ZW-uitkering lager was vanwege een beslag van €112,84 per maand en dat het college ten onrechte een te hoog bedrag had teruggevorderd. Hij betwistte ook dat hij niet aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan. De rechtbank beperkte de beoordeling tot de periode januari tot mei 2020.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht uitging van het bruto inkomen inclusief het beslag, omdat het beslag een inkomensbestanddeel betreft dat is besteed aan schuldaflossing. Het maakt juridisch niet uit of beslag is gelegd op de bijstandsuitkering zelf of op een andere uitkering waarmee de bijstand wordt aangevuld. De betwisting van de inlichtingenverplichting faalde omdat dit niet aan de herziening ten grondslag lag.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.