ECLI:NL:RBDHA:2023:4555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen overdracht asielaanvraag aan Zweden op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een soortgelijke zaak op 7 maart 2023 behandeld.
De rechtbank overweegt dat de bewijslast voor een reëel risico op indirect refoulement bij de vreemdeling ligt. Eiseres heeft onvoldoende algemene informatie overgelegd waaruit blijkt dat het beschermingsbeleid in Zweden evident en fundamenteel verschilt van dat in Nederland. De individuele beoordeling in Zweden sluit een algemeen beschermingsbeleid uit, waardoor de grief faalt.
Verder is onvoldoende onderbouwd dat eiseres afhankelijk is van haar dochter, zoals vereist op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening. De psychologische verklaring toont vooral emotionele steun, geen afhankelijkheid van hulp. Ook is niet gebleken dat de overdracht aan Zweden een onevenredige hardheid oplevert.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en dat de overdracht aan Zweden mag plaatsvinden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres hoeft geen proceskosten te ontvangen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en haar asielaanvraag mag worden overgedragen aan Zweden.