ECLI:NL:RBDHA:2023:4253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen gronden in Dublin-asielzaak
Eiser, een Syriër, diende een asielverzoek in Nederland in, maar Nederland stelde Oostenrijk verantwoordelijk voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep op 20 maart 2023 en stelde vast dat de gronden van beroep niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
De gemachtigde van eiser werd op 10 februari 2023 gewezen op het ontbreken van de gronden en kreeg een hersteltermijn tot 17 februari 2023. De gronden werden echter pas op 20 februari 2023 digitaal geüpload, en er werden geen gronden per post ontvangen. De rechtbank concludeerde dat het verzuim niet tijdig was hersteld.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin termijnoverschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Die waren hier niet gebleken. Ook het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Oostenrijk werd bevestigd, waardoor geen reden was om af te wijken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van beroep.