ECLI:NL:RBDHA:2023:4024
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting met vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting bereikten partijen een compromis waarbij de waarde werd vastgesteld op € 725.000, lager dan de oorspronkelijke € 767.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en paste de aanslag aan op basis van de nieuwe waarde.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de totale duur van bezwaar- en beroepsprocedure de redelijke termijn van twee jaar had overschreden. Omdat verweerder binnen de wettelijke termijn uitspraak op bezwaar had gedaan, werd de termijnoverschrijding toegerekend aan de rechtbank. Op grond van het EVRM kende de rechtbank eiser een immateriële schadevergoeding van € 500 toe, te vergoeden door de Staat.
Verder werden de proceskosten van eiser aan verweerder opgelegd en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Kouwenhoven op 21 maart 2023.
Uitkomst: De WOZ-waarde en aanslag worden verminderd en eiser krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.