Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
5 oktober 2022.
De rechtbank overweegt als volgt.
Rechtbank Den Haag
De asielzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Nederland in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland, tenzij de asielzoeker aannemelijk maakt dat er een reëel risico bestaat op indirect refoulement of schending van fundamentele rechten. De asielzoeker voerde aan dat zijn medische situatie (hepatitis C en astma) ernstige risico's oplevert bij overdracht en verwees naar jurisprudentie, maar heeft geen medische stukken overgelegd ter onderbouwing.
De rechtbank stelt vast dat de bewijslast voor het aannemelijk maken van een reëel risico op indirect refoulement bij de asielzoeker ligt en dat hij niet heeft voldaan aan deze bewijslast. Ook zijn bezwaren over rechtsbijstand en opvang in Duitsland zijn onvoldoende onderbouwd. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht van de asielaanvraag aan Duitsland wordt ongegrond verklaard.