ECLI:NL:RBDHA:2023:3831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens vertrek naar Polen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tijdens de mondelinge behandeling op 14 maart 2023 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet. De rechtbank constateerde dat eiser sinds 9 mei 2022 met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij op 20 mei 2022 een asielverzoek in Frankrijk heeft ingediend. Tevens bleek uit de correspondentie dat er geen contact meer was tussen eiser en zijn gemachtigde.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep, omdat hij Nederland heeft verlaten en geen bescherming meer zoekt in Nederland. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser Nederland heeft verlaten en geen belang meer heeft bij de procedure.