ECLI:NL:RBDHA:2023:3809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het huwelijk met een Nederlandse vrouw, voltrokken door een imam, bijzondere omstandigheden vormt die overdracht aan Zwitserland onredelijk maken. Verweerder heeft echter niet gereageerd op het verzoek om aanvullende stukken en de wens van de partner om gehoord te worden, wat een zorgvuldigheidsgebrek opleverde.
De rechtbank passeerde dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiser hierdoor niet benadeeld was. De aanvullende stukken maakten het huwelijk niet aannemelijk en het enkele bestaan van een gezinsband is onvoldoende om artikel 17 Dublinverordening Pro toe te passen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder redelijk handelde en verklaarde het beroep ongegrond. Wel werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser vanwege het geconstateerde gebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard, met een proceskostenveroordeling voor verweerder.