ECLI:NL:RBDHA:2023:3793

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
22 maart 2023
Zaaknummer
NL22.22778
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij inreisverbod

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hem is opgedragen Nederland en het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland te verlaten en een inreisverbod van één jaar is opgelegd.

Tijdens de zitting op 7 maart 2023 is eiser en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder meldde dat eiser vrijwillig aan zijn terugkeerverplichting had voldaan. Er was geen contact tussen eiser en zijn gemachtigde voorafgaand aan de zitting.

De rechtbank oordeelt dat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep omdat hij vrijwillig is vertrokken en geen aantoonbaar belang heeft om binnen het inreisverbodgebied terug te keren. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22778
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P. Celikkal)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L.E. Beket).

Procesverloop

Bij het bestreden besluit van 7 november 2022 heeft verweerder eiser opgedragen binnen een termijn van vier weken Nederland, het grondgebied van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte en Zwitserland te verlaten en terug te keren naar Argentinië. Verweerder heeft hem ook een inreisverbod voor de duur van één jaar opgelegd.
Eiser heeft hiertegen op 8 november 2022 beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 7 maart 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, zonder voorafgaande mededeling, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Uit vaste rechtspraak [1] volgt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken, belang houdt bij een inhoudelijke beoordeling van een uitgevaardigd inreisverbod als hij zijn gemachtigde gedurende de gehele procedure op de hoogte houdt van zijn verblijfplaats en met hem steeds in contact blijft over de voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. Hij moet in ieder geval contact met zijn gemachtigde onderhouden voordat de rechtbank het onderzoek sluit.
2. Ter zitting van 7 maart 2023 heeft de gemachtigde van verweerder meegedeeld dat zij in het systeem ziet dat eiser vrijwillig heeft voldaan aan zijn terugkeerverplichting. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Eiser noch zijn gemachtigde heeft aan de rechtbank op enig moment bekend gemaakt dat zij vóór sluiting van het onderzoek contact hebben onderhouden en dat eiser nog prijs stelde op beoordeling van het inreisverbod.
3. De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat eiser vrijwillig heeft voldaan aan zijn terugkeerverplichting en dat ook niet is gebleken van een belang van eiser om binnen één jaar nadat hij Nederland heeft verlaten – bijvoorbeeld in verband met werk of familiebezoek – de EU, de EER en Zwitserland in te kunnen reizen en daardoorheen te kunnen reizen. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2023 door mr. W.R. van Hattum, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van