ECLI:NL:RBDHA:2023:3717
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in uitstel van vertrek vreemdeling
Verzoekster, een vreemdeling van Congolese nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd bij besluit van 15 juli 2022 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 22 november 2022 ongegrond verklaard.
Tegen dit bestreden besluit stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Tegelijkertijd verzocht zij om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 21 februari 2023, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter overwoog dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL22.26024) reeds is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.