ECLI:NL:RBDHA:2023:3603
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet tijdig beslissen op Woo-verzoek met deelbesluiten en dwangsom
Opposante diende op 29 maart 2022 een Wob-verzoek in bij verweerder. Na overschrijding van de beslistermijn stelde de rechtbank op 2 november 2022 een termijn voor het eerste deelbesluit vast. Opposante stelde verzet in omdat onduidelijk bleef wanneer het volledige verzoek zou worden beslist en de termijn voor de overige deelbesluiten ontbrak.
De rechtbank oordeelt dat de eerdere uitspraak onvoldoende duidelijkheid bood over de volledige beslistermijn en verklaart het verzet gegrond. De rechtbank stelt nieuwe termijnen vast voor het tweede en derde deelbesluit, waarbij het derde deelbesluit het volledige verzoek moet afronden.
Verweerder krijgt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijnen, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht. De rechtbank benadrukt dat de voorgestelde termijn redelijk is gezien de omvang van het verzoek en het overleg tussen partijen.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever en griffier R. Kroes op 16 februari 2023 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet en beroep gegrond, stelt termijnen voor deelbesluiten vast en legt een dwangsom op bij overschrijding.