ECLI:NL:RBDHA:2023:3307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser is op 9 januari 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 20 januari 2023 de maatregel nog rechtmatig is. Eiser voerde aan dat de bewaring zwaar is, dat hij onvoldoende medische hulp krijgt en dat hij alleen de Algerijnse nationaliteit bezit, waardoor uitzetting naar Marokko niet mogelijk zou zijn.
Verweerder stelde dat eiser ook de Marokkaanse nationaliteit bezit en dat er zicht is op uitzetting naar Marokko. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn stelling over de Algerijnse nationaliteit en dat verweerder voldoende inspanningen levert voor uitzetting. Klachten over medische zorg dienen bij de directie van het detentiecentrum te worden ingediend.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is voortgezet en dat er geen reden is tot het toepassen van een lichter middel. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding zijn ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.