ECLI:NL:RBDHA:2023:3303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 20 januari 2023.
De rechtbank beoordeelde nu of de maatregel sinds dat moment nog rechtmatig was. De eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting was vanwege het uitblijven van een laissez-passer van Marokko en onvoldoende voortvarendheid van verweerder. De rechtbank concludeerde op basis van de voortgangsrapportage dat de staatssecretaris voldoende inspanningen had verricht, waaronder het indienen van een lp-aanvraag en meerdere rappelleringen. Tevens was er geen aanwijzing dat Marokko niet zou meewerken en was de eiser onvoldoende meewerkend aan zijn terugkeer.
De rechtbank hield ook rekening met het arrest van het Hof van Justitie van de EU dat ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel vereist. Gezien deze toetsing zag de rechtbank geen onrechtmatigheid in de voortzetting van de bewaring tussen 20 januari en 10 maart 2023. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.