ECLI:NL:RBDHA:2023:3225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting op 19 januari 2023 verschenen partijen niet. De rechtbank kreeg bericht dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en zich niet meer had gemeld bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Volgens vaste rechtspraak wordt dan aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht.
De gemachtigde van eiser kon eiser niet vertegenwoordigen omdat hij niet wist waar eiser verbleef. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer had bij de behandeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.