ECLI:NL:RBDHA:2023:3176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom voor verwijderen bedrijfsvaartuigen zonder ligplaatsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden legde twee BVs een last onder dwangsom op wegens het zonder ligplaatsvergunning innemen van ligplaatsen met bedrijfsvaartuigen in strijd met het bestemmingsplan en de geldende verordening. Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten, waarop verweerder deels een aanvullend besluit nam.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij het eerste bestreden besluit niet op alle bezwaargronden heeft beslist, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat het herstelbesluit dit heeft gecorrigeerd. De last onder dwangsom is voldoende duidelijk geformuleerd en het verbod op ligplaatsinneming zonder vergunning is niet in strijd met EU-recht, waaronder de Dienstenrichtlijn.
Verder is vastgesteld dat de last ook terecht aan beide BVs is opgelegd, omdat de bestuurder van de ene BV feitelijk leiding gaf aan de overtredingen. De opgelegde dwangsommen zijn proportioneel gelet op de ernst van de overtreding en de belangen die worden beschermd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eisers.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.