ECLI:NL:RVS:2022:3010
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijdering steiger achter Hilton Hotel Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde Nauticadam B.V. en anderen een last onder dwangsom op om een steiger achter het Hilton Hotel te verwijderen, omdat deze zonder omgevingsvergunning was geplaatst en in strijd was met het bestemmingsplan. Nauticadam B.V. en anderen maakten bezwaar en stelden onder meer dat de steiger onder overgangsrecht viel en dat het college onterecht handhavend optrad.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De steiger, inclusief verlenging en loopplank, wordt aangemerkt als bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Het gebruik als openbare ligplaats was niet toegestaan onder het bestemmingsplan en het overgangsrecht was niet van toepassing omdat het gebruik pas na het inwerkingtreden van het bestemmingsplan was begonnen.
Verder oordeelt de Raad dat Nauticadam B.V. en anderen terecht als overtreder zijn aangemerkt, dat er geen sprake was van vooringenomenheid bij de bezwaarschriftencommissie, en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om af te zien van handhaving. Ook was de last voldoende duidelijk geformuleerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verwijderingsbesluit bevestigd.