ECLI:NL:RBDHA:2023:3037

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
10 maart 2023
Zaaknummer
NL22.14830
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:72 AwbArt. 4:17 AwbArt. 4:18 Awb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 1 januari 2022. Nadat verweerder de asielaanvraag op 24 januari 2023 alsnog had ingewilligd, handhaafde eiseres het beroep gericht op de vraag of verweerder bestuurlijke dwangsommen had verbeurd.

De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen hiermee in zoverre komt te vervallen, omdat het besluit is genomen. Daarnaast sluit de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de toepassing van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen uit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat deze wet niet in strijd is met Unierecht.

Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het beroep op dwangsommen en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Omdat eiseres door het niet tijdig beslissen wel beroep kon instellen, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.14830

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
mede namens haar minderjarige dochter
[naam 1]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 2 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 1 januari 2022.
Bij besluit van 24 januari 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres ingewilligd.
Desgevraagd heeft eiseres meegedeeld het beroep te handhaven met het oog op de vraag of verweerder rechterlijke en bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd.
Bij besluit van 28 februari 2023 heeft verweerder het besluit van 24 januari 2023 vervangen en in zoverre gewijzigd dat ten aanzien van de minderjarige dochter van eiseres nu de juiste wettelijke grondslag wordt vermeld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. In aanvulling op de gronden in beroep, die eiseres handhaaft, verwijst zij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 6 januari 2023 [1] , ter onderbouwing van haar stelling dat de gronden terecht zijn ingenomen en de ingebrekestelling en het beroep tijdig zijn ingediend.
2. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiseres, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
3. Voor zover het beroep is gericht op het vaststellen van een rechterlijke dwangsom, stelt de rechtbank vast dat verweerder een besluit op de asielaanvraag heeft genomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder op te dragen een (nieuw) besluit te nemen of om een andere handeling te verrichten. Daarom zal ook geen toepassing worden gegeven aan artikel 8:72, zesde lid, van de Awb.
4. Eiseres heeft haar beroep willen handhaven voor zover verweerder in het besluit van 25 januari 2023 had geconcludeerd dat hij aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen is verschuldigd. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Het gevolg hiervan is dat verweerder aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren.
5. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft bij uitspraak van 30 november 2022 [2] geoordeeld dat er geen aanleiding is voor de conclusie de Tijdelijke wet op dit punt onverbindend moet worden geacht wegens strijd met het Unierecht.
6. Nu artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet in dit geval de mogelijkheid van een bestuurlijke dwangsom uitsluit, kan eiseres met het beroep niet bereiken wat zij wil, zodat ook in zoverre het procesbelang ontbreekt.
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag beroep heeft kunnen instellen, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met een wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.