ECLI:NL:RBDHA:2023:3005
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 13 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser daar eerder een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk vanwege zijn homoseksualiteit niet veilig was en daarom niet openlijk kon verklaren over zijn geaardheid, mede door de aanwezigheid van een grote Guinese gemeenschap die dit niet accepteert. Hij stelde dat Nederland daarom zijn aanvraag wel had moeten behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk verantwoordelijk blijft voor de asielaanvraag en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet nakomt. Ook is niet gebleken dat hij geen toegang heeft tot de Franse autoriteiten. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.