ECLI:NL:RBDHA:2023:2844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij opvolgende aanvraag
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 13 januari 2020 een eerste asielaanvraag in die niet-ontvankelijk werd verklaard omdat Griekenland hem al internationale bescherming had verleend. Op 9 april 2021 diende hij een opvolgende asielaanvraag in, waarbij hij nieuwe documenten overlegde, waaronder een taskera en een verklaring van de Afghaanse ambassade.
Eiser stelde dat zijn aanvraag eigenlijk een verzoek om bestuurlijke heroverweging betrof, omdat hij meende dat zijn leeftijd bij de eerste aanvraag onjuist was vastgesteld. Hij wilde dat de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht zou ingaan. De rechtbank oordeelde echter dat uit het formulier en de begeleidende brief niet bleek dat het verzoek als bestuurlijke heroverweging was bedoeld, maar als een opvolgende aanvraag.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in de behandeling van de aanvraag als opvolgende aanvraag en bevestigde de ingangsdatum van 9 april 2021. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van 9 april 2021 bevestigd.