ECLI:NL:RBDHA:2023:2827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Polen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege de ondermijning van de rechterlijke onafhankelijkheid in Polen, de aanwezigheid van illegale pushbacks, risico op indirect refoulement naar Jemen, detentie van Dublinterugkeerders en discriminatie van moslims. De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze risico's zich in zijn individuele geval voordoen.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat Polen zich in algemene zin houdt aan het EU-asielrecht en dat de rechterlijke macht toegankelijk en onafhankelijk is. Ook is niet gebleken dat Dublinterugkeerders systematisch worden blootgesteld aan pushbacks of onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de druk op de Poolse opvangvoorzieningen en de duur van de besluitvorming geen reden vormen om het besluit te vernietigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen wegens verantwoordelijkheid van Polen wordt ongegrond verklaard.