ECLI:NL:RBDHA:2023:2811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing inreisverbod wegens 1(F)-vaststelling en openbare orde
Eiser, met Afghaanse nationaliteit, heeft herhaaldelijk asielverzoeken ingediend die zijn afgewezen vanwege toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, waardoor hem een verblijfsvergunning is geweigerd en hij ongewenst is verklaard. Hij verzocht in maart 2022 om opheffing van het inreisverbod, stellende dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is omdat geen land van bestemming is genoemd en het refoulementverbod gedwongen terugkeer verhindert.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser niet aan zijn vertrekplicht voldoet, nog steeds een actueel gevaar voor de openbare orde vormt en er geen bijzondere omstandigheden zijn die opheffing rechtvaardigen. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet langer een bedreiging vormt. De stukken die eiser overlegt, zijn grotendeels oud en hij toont geen berouw of verantwoordelijkheid voor de misdrijven die hem worden verweten.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit niet onrechtmatig is en dat het ontbreken van een expliciete vermelding van Afghanistan als land van bestemming niet leidt tot onrechtmatigheid. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.