ECLI:NL:RBDHA:2023:2773
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige bekering tot sjiisme en mishandeling
Eiser, een Iraakse staatsburger, verzocht asiel vanwege zijn bekering van een conservatieve islamitische stroming naar het sjiisme en de daaruit voortvloeiende mishandeling door familieleden. De rechtbank beoordeelde dat eiser onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat zijn motieven en het proces van bekering waren, en dat zijn kennis en activiteiten binnen het nieuwe geloof deze tekortkomingen niet compenseren.
Verweerder achtte ook de verklaringen over de mishandeling door neefjes en oom ongeloofwaardig, mede omdat het onlogisch werd geacht dat eiser zich negatief uitliet over de geestelijk leider terwijl hij wist dat dit tot geweld kon leiden. Daarnaast ontbraken gedetailleerde verklaringen over de mishandeling en vlucht.
Eiser voerde aan dat hij coherent en persoonlijk had verklaard, dat verweerder ten onrechte het voordeel van de twijfel had onthouden en dat een bekeringscoördinator niet was geraadpleegd. De rechtbank oordeelde dat verweerder wel degelijk een bekeringscoördinator had geraadpleegd en dat de motivatie van verweerder voldoende was.
De rechtbank wees het beroep af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt wat zijn bekering hem persoonlijk had gebracht en waarom zijn kennis en activiteiten binnen het nieuwe geloof zijn verklaringen over het bekeringproces niet konden compenseren. Ook de mishandelingsverklaringen werden als ongeloofwaardig beoordeeld. Een verzoek tot hernieuwde hoorzitting werd afgewezen wegens te late indiening.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.