Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], verzoekster
V-nummer: [nummer 3]
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 16 april 2019. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet tijdig een besluit genomen, ondanks een eerder door de rechtbank gestelde termijn van 16 weken.
Na het instellen van het beroep heeft verweerder alsnog de asielaanvraag ingewilligd, waardoor het beroep werd ingetrokken. Verzoekster verzocht vervolgens om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat een ingebrekestelling niet vereist was vanwege de eerdere termijnstelling en constateert dat verweerder zich niet aan deze termijn heeft gehouden. Gezien de volledige tegemoetkoming van verweerder wordt het beroep als kennelijk gegrond toegewezen en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €418,50.
De proceskosten zijn vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met een lichte wegingsfactor omdat het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 februari 2023 door de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €418,50.