ECLI:NL:RBDHA:2023:22150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag buiten behandeling gesteld wegens vertrek zonder toestemming en ontbreken contact
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 1 juli 2022 een asielaanvraag in. Kort daarvoor was hij aangehouden en in bewaring gesteld, maar na vrijlating meldde hij zich niet bij een opvanglocatie van het COA. Ruim een jaar later werd hij opnieuw aangehouden. De staatssecretaris stelde de asielaanvraag buiten behandeling omdat eiser zonder toestemming was vertrokken en niet binnen de voorgeschreven termijn contact had opgenomen.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd. Ook stelde hij dat het besluit in strijd was met artikel 3 EVRM Pro en dat hij geen mogelijkheid tot hoor en wederhoor had gekregen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was het besluit te nemen en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom het besluit strijd zou opleveren met het EVRM.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen proceskostenvergoeding krijgt. Het besluit tot buiten behandeling stelling van de asielaanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit tot buiten behandeling stelling van de asielaanvraag.