ECLI:NL:RBDHA:2023:22117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij prematuur beroep tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning
Verzoeker maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning en stelde verweerder op 6 mei 2023 in gebreke, vóór het verstrijken van de beslistermijn op 30 mei 2023. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur. Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen het niet tijdig beslissen op 22 juni 2023.
Verweerder nam op 5 oktober 2023 alsnog een beslissing op de aanvraag, waarna verzoeker het beroep tegen het niet tijdig beslissen introk en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank overweegt dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend als het beroep niet prematuur is ingesteld.
Omdat de ingebrekestelling prematuur was en het beroep derhalve niet ontvankelijk, is niet voldaan aan de voorwaarden voor proceskostenvergoeding. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens prematuur ingesteld beroep en niet-ontvankelijkheid.