ECLI:NL:RBDHA:2023:220
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 10 november 2021. Verweerder besloot op 16 november 2022 alsnog en verleende een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht. Eiser handhaafde zijn beroep omdat verweerder geen dwangsom vaststelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer heeft door de verleende vergunning. De vraag of eiser in beroep kan tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn, wordt beantwoord met nee, vanwege de Tijdelijke wet die toepassing van dwangsomartikelen op asielaanvragen uitsluit.
Hoewel eerdere jurisprudentie de uitsluiting in strijd achtte met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit in hoger beroep verworpen. De rechtbank volgt deze lijn en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €418,50 toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen.