ECLI:NL:RBDHA:2023:21718
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de verlenging van de beslistermijn voor asielaanvragen door het besluit WBV 2022/22 en WBV 2023/3, die de beslistermijn met negen maanden verlengen. Eiser betwist de geldigheid van deze besluiten en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is vanwege een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Omdat eiser zijn aanvraag op 18 februari 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn tot 18 mei 2024. De ingebrekestelling van 22 augustus 2023 is daardoor te vroeg ingediend.
Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling door verlengde beslistermijn.