ECLI:NL:RBDHA:2023:21493
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds maart 2021 onder toezicht staat vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging veroorzaakt door een conflictueuze relatie tussen de ouders en gebrek aan contact met de vader.
Ondanks verlengingen van de maatregel en pogingen tot contactherstel tussen vader en kind, is het niet gelukt om een stabiele omgang te realiseren. De ouders communiceren slecht en zijn niet in staat samen beslissingen te nemen. De moeder werkt niet altijd mee aan contactherstel, terwijl de vader vasthoudt aan een zorgregeling vastgesteld door het hof.
De minderjarige staat op een wachtlijst voor individuele hulpverlening, en de ouders staan op de wachtlijst voor een traject parallel-solo-ouderschap dat in februari 2024 kan starten. De rechtbank vindt het belangrijk dat deze hulpverlening daadwerkelijk van de grond komt en dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft.
Hoewel de ondertoezichtstelling moeilijk uitvoerbaar is en doelen nog niet zijn bereikt, is er onvoldoende onderbouwing dat de maatregel geen meerwaarde meer heeft of averechts werkt. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en bepaalt zij dat de ondertoezichtstelling doorloopt tot 8 maart 2024, met toezicht op het welbevinden van de minderjarige en regie over de hulpverlening.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen en de maatregel blijft van kracht tot 8 maart 2024.