ECLI:NL:RBDHA:2023:21440
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij herhaalde aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens schijnrelatie
Verzoeker, met de Turkse nationaliteit, wenst verblijf in Nederland bij zijn Hongaarse partner. Eerder is zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER afgewezen wegens een schijnrelatie, en deze beslissing is onherroepelijk geworden. De huidige aanvraag is door de staatssecretaris afgewezen als herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
Verzoeker betoogt dat er geen sprake is van een herhaalde aanvraag en dat de relatie inmiddels oprecht is geworden, maar heeft geen nieuwe bewijsstukken aangeleverd. De voorzieningenrechter oordeelt dat het tijdsverloop op zichzelf onvoldoende is om een oprechte relatie aan te tonen en dat de aangeleverde documenten geen nieuw bewijs vormen.
Er is wel sprake van een spoedeisend belang omdat verzoeker zonder verblijfsrecht Nederland moet verlaten, maar het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalt dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende kans van slagen van het bezwaar.