ECLI:NL:RBDHA:2023:21215
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking parkeervergunning wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden om zijn parkeervergunning in te trekken vanwege een huisnummerwijziging. De voorzieningenrechter beoordeelt dat de intrekking van de parkeervergunning niet leidt tot een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter overweegt dat het feit dat verzoeker zijn elektrische auto niet binnen een paar honderd meter kan parkeren of laden onvoldoende is om spoedeisend belang aan te nemen, mede omdat verzoeker deze afstand kan overbruggen. Daarnaast kan verzoeker nog steeds parkeren in de binnenstad of in de eigen straat met een dag-, week-, maand- of jaarkaart, en is niet gesteld dat de parkeerkosten tot een financiële noodsituatie leiden.
Ook is er geen sprake van een onomkeerbare situatie, omdat verzoeker een nieuwe parkeervergunning kan aanvragen. Het ontbreken van een spoedeisend belang betekent dat de voorlopige voorziening niet kan worden toegekend. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanwijzingen voor een evident onrechtmatig besluit. Daarom wordt het verzoek afgewezen en krijgt verzoeker zijn griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking parkeervergunning wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.