ECLI:NL:RBDHA:2023:20821
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser, een Tunesische asielzoeker, diende op 6 maart 2023 een asielaanvraag in in Nederland. Uit gegevens bleek dat hij eerder in Oostenrijk en Duitsland een verzoek om internationale bescherming had ingediend. De staatssecretaris verzocht Oostenrijk om terugname, maar na het uitblijven van reactie werd Oostenrijk verantwoordelijk geacht.
Bij besluit van 27 juli 2023 werd de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen en werd hij overgedragen aan Oostenrijk. De rechtbank ontving het beroepschrift en het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te verbieden.
Tijdens de procedure meldde de staatssecretaris dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank overwoog dat vertrek zonder mededeling impliceert dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij blijkt dat contact met de gemachtigde wordt onderhouden. De gemachtigde bevestigde het vertrek zonder contact aan te tonen.
Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.