ECLI:NL:RBDHA:2023:20738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiser, met de Angolese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier als familie- of gezinslid bij zijn voormalig pleegouder in Nederland. Deze aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van dit vereiste kon worden verleend op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn voormalig pleegouder, ondanks de medische problemen van laatstgenoemde. De aanwezigheid van eiser in Nederland is wenselijk maar niet noodzakelijk, mede omdat eiser momenteel in Frankrijk verblijft en de pleegouder zich zonder hem staande houdt.
Verder werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, maar de rechtbank besloot dit niet toe te passen vanwege het ontbreken van een duidelijke termijn en het ontbreken van professionele rechtsbijstand. Na inhoudelijke beoordeling concludeert de rechtbank dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt afgewezen wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.