ECLI:NL:RBDHA:2023:20688

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
28 december 2023
Zaaknummer
NL23.31616
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Dublinverordening
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek asielzoeker naar Duitsland

Eiser heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar heeft het land verlaten zonder de uitkomst van de procedure af te wachten of de autoriteiten te informeren over zijn verblijfplaats. Vervolgens heeft hij in Duitsland een nieuwe aanvraag voor internationale bescherming ingediend. De Nederlandse staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag in Nederland behandeld.

De rechtbank beoordeelde ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Volgens vaste rechtspraak geldt dat een asielzoeker die Nederland verlaat zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde en zonder zijn verblijfplaats bekend te maken, in principe geen belang meer heeft bij de bescherming die hij aanvankelijk in Nederland zocht. In dit geval was eiser niet bereikbaar en had hij geen contact met zijn gemachtigde, wat door de rechtbank als doorslaggevend werd gezien.

Hoewel de gemachtigde van eiser via een vriendin had vernomen dat eiser mogelijk weer in Nederland verblijft, achtte de rechtbank dit onvoldoende om het procesbelang aan te nemen. De rechtbank concludeerde dat eiser met zijn vertrek en nieuwe aanvraag in Duitsland heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op bescherming in Nederland. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31616

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 29 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Het procesbelang wordt door de rechtbank ambtshalve beoordeeld. Daarvoor is het volgende van belang.
2. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling [1] dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, in beginsel ervan dient te worden uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. [2] Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert volgens de Afdeling dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
3. In deze zaak is van belang dat eiser aanvankelijk in Nederland asiel heeft aangevraagd en hij de uitkomst van die procedure niet heeft afgewacht. Eiser heeft Nederland verlaten zonder verweerder daarvan op de hoogte te stellen en is naar Duitsland afgereisd om daar andermaal een verzoek om internationale bescherming in te dienen. Verweerder is daarvan op de hoogte geraakt nadat hij op 1 december 2023 een terugnameverzoek heeft ontvangen van de Duitse autoriteiten op grond van artikel 23 van Pro de Dublinverordening.
4. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat eiser geen belang heeft bij een uitspraak op zijn beroep. Met het vertrek uit Nederland en het indienen van een asielaanvraag in Duitsland heeft eiser te kennen gegeven dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk in Nederland gezochte bescherming. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd medegedeeld dat tot op heden geen bericht is ontvangen van de Duitse autoriteiten dat eiser inmiddels niet meer in Duitsland verblijft. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht verweerder er daarom vanuit gaan dat eiser zich nog steeds in Duitsland bevindt. De enkele omstandigheid dat eisers gemachtigde van een vriendin van eiser heeft vernomen dat eiser inmiddels weer in Nederland verblijft, maakt dat oordeel niet anders.
5. Het beroep van eiser dient om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.