ECLI:NL:RBDHA:2023:20578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1967, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf om haar schoondochter in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van twijfel over het voornemen van eiseres om het Schengengebied tijdig te verlaten, vanwege onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.
Eiseres voerde aan dat zij voldoende sociale binding heeft met haar land van herkomst en dat de motivering van de afwijzing gebrekkig is. Ook stelde zij dat haar hoorplicht was geschonden en dat zij recht had op een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan het vertrek voor het verstrijken van het visum, omdat eiseres geen kinderen heeft, geen zorg draagt voor familie in Marokko, geen betaalde arbeid verricht en geen zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen heeft. De geboden waarborgen zoals het afgeven van haar paspoort en meldplicht bij de vreemdelingenpolitie konden het oordeel niet beïnvloeden. De rechtbank verwierp ook het beroep op schending van de hoorplicht en vond dat de afwijzing van het bezwaar terecht was, waardoor geen dwangsom verschuldigd is.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.