Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om een schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse staatsburger, werd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een maatregel van bewaring opgelegd vanwege het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Hij stelde dat hij rechtmatig verblijf had omdat hij in Nederland werk zocht, verwijzend naar het arrest F.S. van het Hof van Justitie en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank oordeelde dat het verwijderingsbesluit van 14 oktober 2021 nog steeds van kracht is, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Polen inspanningen heeft verricht voor duurzaam verblijf en ook geen materiële wijziging van omstandigheden heeft aangetoond. De enkele intentie om in Nederland te werken volstaat niet.
De overige gronden voor de maatregel, waaronder het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, werden niet betwist en zijn voldoende om de maatregel te dragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.