ECLI:NL:RBDHA:2023:20277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag ondanks verlengingsbeperking
Eiser diende op 24 januari 2022 een asielaanvraag in waarop verweerder uiterlijk op 24 juli 2022 moest beslissen. Verweerder verlengde de beslistermijn eenmaal met negen maanden op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet vanwege complexiteit. Verweerder beroept zich daarnaast op een tweede verlenging van negen maanden op grond van WBV 2022/22 (artikel 42, vierde lid, onder b), hetgeen de rechtbank onjuist acht omdat de wet slechts één verlenging van maximaal negen maanden toestaat, gevolgd door een mogelijke verlenging van drie maanden.
Eiser stelde verweerder op 25 april 2023 rechtsgeldig in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder reageerde niet in deze procedure. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn niet rechtsgeldig is verlengd en dat verweerder uiterlijk op 24 april 2023 had moeten beslissen. Het beroep is daarom gegrond.
De rechtbank wijst een dwangsom toe van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor iedere dag dat verweerder de beslissing blijft uitstellen. Tevens wordt verweerder opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. De proceskosten van eiser worden vergoed met €418,50. De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen en jurisprudentie en benadrukt dat de bestuursrechter ook in asielzaken dwangsommen kan opleggen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.