ECLI:NL:RBDHA:2023:20267
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing zwaar inreisverbod wegens onvoldoende motivering handhaving en verslechterde gezondheidssituatie
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en voormalig officier bij KhAD/WAD, is geconfronteerd met een zwaar inreisverbod van tien jaar vanwege toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Zijn verzoek tot opheffing van dit inreisverbod werd door verweerder afgewezen, waarbij verweerder zich baseerde op het gevaar voor de openbare orde en het ontbreken van nieuw gewichtige feiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod ondanks het ontbreken van verwijderingsinspanningen en de verslechterde gezondheid van eiser en zijn dementerende echtgenote gehandhaafd moet blijven. De rechtbank benadrukt dat het evenredigheidsbeginsel volgens het Unierecht een volledige belangenafweging vereist, waarbij ook de schrijnende persoonlijke omstandigheden van eiser meegewogen moeten worden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en het aanvullende besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot handhaving van het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onevenredige gevolgen.