ECLI:NL:RBDHA:2023:2026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende persoon, diende op 7 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Litouwen verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening, daar eiser daar reeds een asielaanvraag had ingediend op 12 oktober 2021.
Eiser voerde aan dat Litouwen niet langer betrouwbaar was vanwege detentie, mishandeling, gebrek aan rechtsbijstand, rechterlijke toets en medische voorzieningen, en vreesde indirect refoulement. Hij verwees naar rapporten van Amnesty International, Medecins Sans Frontieres en een Duitse rechterlijke uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Litouwen zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De rapporten betroffen voornamelijk illegale grensoverstekers en boden geen aanknopingspunten voor materiële deprivatie van eiser. De Duitse uitspraak was een voorlopig oordeel en geen eindoordeel.
Ook was niet gebleken van een afhankelijkheidsrelatie met zijn broer in Nederland die de asielaanvraag aan zich had kunnen trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.