ECLI:NL:RBDHA:2023:2017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvragen wegens tijdigheid gronden en geen schending artikel 3 EVRM
Eisers, een gezin met Albanese nationaliteit, dienden in 2019 en opnieuw in 2022 asielaanvragen in Nederland in, die beide werden afgewezen als kennelijk ongegrond. De tweede aanvragen werden afgewezen omdat de medische en economische omstandigheden die eisers aanvoerden geen raakvlakken vertoonden met het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 van Pro het EVRM. Eisers stelden beroep in, maar dienden hun beroepsgronden te laat in, ondanks een herstelmogelijkheid.
De rechtbank beoordeelde of de late indiening kon worden gepasseerd op grond van de Bahaddar-exceptie, die vereist dat onmiskenbaar moet blijken dat uitzetting tot schending van artikel 3 EVRM Pro leidt. Eisers voerden onder meer aan dat de medische situatie van hun zoon onvoldoende was onderzocht en dat zij discriminatie in Albanië ondervonden, maar konden dit niet met voldoende bewijs onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat de procedurele bezwaren en de aangevoerde omstandigheden niet onmiskenbaar maakten dat terugkeer tot een schending van artikel 3 EVRM Pro zou leiden. Daarom verklaarde zij het beroep niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van beroepsgronden en geen onmiskenbare schending van artikel 3 EVRM.