ECLI:NL:RBDHA:2023:1998

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
21 februari 2023
Zaaknummer
NL23.3122
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • L. Willems - Keekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtArtikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsmaatregel vreemdeling

Verzoeker, een vreemdeling van Keniaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend om artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 op hem van toepassing te verklaren, welke door verweerder werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd het bestreden besluit vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.

Verzoeker verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat verweerder maatregelen tot verwijdering of uitzetting zou treffen. Verweerder verzette zich niet tegen dit verzoek. De voorzieningenrechter besloot het verzoek toe te wijzen zonder verdere zitting.

De voorzieningenrechter gebiedt verweerder zich te onthouden van verwijdering of uitzetting van verzoeker tot vier weken na de beslissing in de hoofdzaak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €837,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering of uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing in de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3122

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Kenyaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.J. Janse),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: K. Nuniga).

Procesverloop

In het besluit van 27 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om artikel 64 van Pro de Vw 2000 op hem van toepassing te verklaren afgewezen.
In het besluit van 27 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 13 juli 2021 (AWB 20/8812) heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten.
Bij uitspraak van 7 oktober 2022 (202104874/1/V1) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van 13 juli 2021 vernietigd en de zaak naar deze rechtbank en zittingsplaats terugverwezen. Dat beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 23/890.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter bij bericht van 21 februari 2023 laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal het verzoek worden toegewezen.
Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door de gemachtigde levert 1 punt op voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 837,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt daarom € 837,00.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, tot vier weken nadat op het beroep met zaaknummer AWB 23/890 is beslist;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Willems - Keekstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.G.G. Doornbos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.