ECLI:NL:RVS:2022:2881
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken nadere zitting in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 mei 2020 een aanvraag van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 Vw Pro 2000 af. Na een ongegrond verklaard bezwaar stelde de rechtbank Den Haag de vreemdeling in het gelijk en vernietigde het besluit, maar zonder nadere zitting.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en klaagde terecht dat de rechtbank ten onrechte geen nadere zitting hield terwijl hij binnen de gestelde termijn om een zitting had verzocht. De Afdeling oordeelde dat dit in strijd was met artikel 8:57, tweede lid, van de Awb.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor nieuwe behandeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in acht wordt genomen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.