De zaak betreft een verzoek van een gecertificeerde instelling tot machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een meisje geboren in 2010, verblijvend in een gesloten accommodatie vanwege ernstig grensoverschrijdend gedrag en veiligheidsrisico's.
De kinderrechter heeft het meisje gehoord en de vader als informant betrokken. De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met zorgen over fysiek, verbaal en seksueel grensoverschrijdend gedrag, escalaties en het onvermogen van pleegouders om verdere zorg te bieden. Het meisje voelt zich onveilig op de groep en wil liever bij haar vader of voormalige pleegouders wonen.
De kinderrechter oordeelt dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling belemmeren en het risico op onttrekking aan de hulp. Gezien de positieve recente ontwikkelingen en het nader te starten psychodiagnostisch onderzoek wordt de machtiging voor drie maanden verleend, met een aanhoudingsbeslissing voor verdere monitoring en een schriftelijke update door de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter benadrukt het belang van een veilige verblijfplaats en dat de maatregel niet langer moet duren dan strikt noodzakelijk. De vader wordt als informant betrokken bij de vervolgprocedure.