ECLI:NL:RBDHA:2023:19636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet bij AOW-pensioen in België
Eiseres, woonachtig in België sinds 1993 en AOW-pensioenontvanger vanaf 9 augustus 2021, betwist de ingangsdatum van de buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) die op haar pensioen wordt ingehouden. Verweerder heeft de bijdrage vastgesteld vanaf mei 2022, met een besluit waarin abusievelijk 9 augustus 2022 als ingangsdatum van de verdragsgerechtigdheid is vermeld. De rechtbank oordeelt dat dit een kennelijke verschrijving betreft en dat de juiste ingangsdatum 9 augustus 2021 is, corresponderend met de AOW-uitkering.
Eiseres voerde aan dat zij vanaf januari 2023 in België verplicht verzekerd is via een aanvullende zorgverzekering, waardoor de bijdrage niet langer verschuldigd zou zijn. De rechtbank wijst dit af, stellende dat de verdragsgerechtigdheid en de daarmee samenhangende zorgverzekering via Nederland dwingendrechtelijk zijn en niet kunnen worden ontlopen door een aanvullende verzekering in het woonland.
Verder is geoordeeld dat de besluiten door bevoegde instanties zijn genomen en dat het bezwaar tegen de inhouding van de bijdrage ongegrond is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst terugbetaling van de ingehouden bedragen af. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de inhouding van de buitenlandbijdrage wordt ongegrond verklaard en de bijdrage is verschuldigd vanaf 9 augustus 2021.