Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
1.Het verloop van de procedure
- de moeder;
- de grootvader;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig meisje, geboren in 2022, vanwege zorgen over het psychisch functioneren van de moeder en haar problematische partnerkeuze. De moeder is verslaafd geraakt aan cocaïne en heeft tijdens de zwangerschap middelen gebruikt, wat heeft geleid tot een instabiele opvoedingssituatie met meerdere verblijfplaatsen voor het kind. De grootouders moederszijde zorgen inmiddels al langere tijd volledig voor het kind.
De moeder heeft recent een intensief afkicktraject afgerond, maar haar situatie blijft fragiel en kwetsbaar. Zij zal een vervolgbehandeling volgen en is gemotiveerd om de zorg voor het kind weer op zich te nemen. De kinderrechter acht het noodzakelijk om de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te handhaven om de stabiliteit en veiligheid van het kind te waarborgen, waarbij terugplaatsing bij de moeder wordt beoogd zodra haar situatie voldoende stabiel is.
De moeder stemt in met het verzoek en licht toe dat zij in december 2023 een intensief behandeltraject bij PsyQ start en vanaf januari 2024 samen met het kind in een Ouder en kindhuis zal verblijven om haar opvoedingsvaardigheden te versterken. De grootvader ondersteunt het verzoek en benadrukt de goede ontwikkeling van het kind bij de grootouders.
De kinderrechter concludeert dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan en wijst het verzoek toe. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt van 23 november 2023 tot 23 november 2024.
Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe voor de duur van een jaar.