Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Met inachtneming van het risico op onttrekking aan het toezicht en de omstandigheid dat eiser zijn asielaanvraag van 24 augustus 2023 louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen, heeft verweerder in de wens van eiser om de behandeling van zijn asielaanvraag af te wachten in het asielzoekerscentrum evenmin aanleiding hoeven zien om te volstaan met een lichter middel dan bewaring. Eiser heeft verder geen omstandigheden naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden met betrekking tot de vraag of verweerder had moeten volstaan met een lichter middel dan bewaring.
Omstandigheden in detentie
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
H.J. Renders, griffier.