Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 12 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit volgt uit eerdere asielaanvragen van eiser in Oostenrijk en de acceptatie van het terugnameverzoek door Oostenrijk.
Eiser voerde aan dat hij een afhankelijkheidsrelatie heeft met zijn broer in Nederland en vreest langdurige scheiding, wat bescherming verdient op grond van artikel 16 Dublinverordening Pro en artikel 8 EVRM Pro. Ook stelde hij dat in Oostenrijk onvoldoende rechtsbescherming en risico op indirect refoulement bestaat. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt, noch dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Oostenrijk.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser geen bewijs heeft geleverd van een medische of andere afhankelijkheidsrelatie met zijn broer zoals vereist onder artikel 16 Dublinverordening Pro. Emotionele ondersteuning alleen is onvoldoende. Ook zijn zorgen over refoulement zijn niet onderbouwd met concrete aanwijzingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen of de asielaanvraag in Nederland te behandelen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-behandelen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en Oostenrijk blijft verantwoordelijk.