ECLI:NL:RBDHA:2023:19405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Duitsland
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris had dit besluit genomen omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat ten onrechte geen uitstel was verleend voor het indienen van een nadere zienswijze en dat hij geen vertrouwen had in de door de Raad voor Rechtsbijstand toegewezen advocaat.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om uitstel terecht was afgewezen omdat eiser en zijn nieuwe gemachtigde zich niet hadden gemeld bij de IND en de vorige gemachtigde zich niet had teruggetrokken. Bovendien was binnen de termijn geen nadere zienswijze ingediend. Daarnaast had eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland te vrezen had voor systeemfouten in de Duitse asielprocedure of opvangvoorzieningen.
De rechtbank benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat ervan uitgaat dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt, tenzij sprake is van structurele en zwaarwegende tekortkomingen. Eiser had zijn stellingen niet met documenten onderbouwd en de Duitse autoriteiten hadden het terugnameverzoek geaccepteerd. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht geen aanleiding had gezien om de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.