ECLI:NL:RBDHA:2023:19142
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres, afkomstig uit Nigeria, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij haar moeder, de referent. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet voldoende was aangetoond dat eiseres en haar zusje biologische of juridische kinderen van de referent zijn, en omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Hoewel een biologische band middels DNA-onderzoek was vastgesteld, werd onvoldoende meer dan gebruikelijke afhankelijkheid van de referent aangetoond.
Eiseres betoogde dat er sprake is van hechte persoonlijke banden en dat de late aanvraag samenhangt met moeilijke omstandigheden in Nigeria. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft overwogen dat eiseres sinds 2009 niet met de referent heeft samengewoond en dat de financiële en emotionele afhankelijkheid onvoldoende is onderbouwd. Nieuwe bankafschriften werden niet meegenomen wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging uitvalt in het nadeel van eiseres en dat de weigering van de mvv niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard.