ECLI:NL:RBDHA:2023:19123

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 december 2023
Publicatiedatum
7 december 2023
Zaaknummer
NL23.27463
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid

De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van 4 september 2023 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin de asielaanvraag van eiser van 14 mei 2023 niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag.

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig wordt geacht. De staatssecretaris informeert de rechtbank dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, en de gemachtigde van eiser meldt geen contact meer te hebben met eiser.

Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij anders blijkt uit contact met de gemachtigde. Omdat de gemachtigde geen contact meer heeft en geen aanwijzingen zijn dat eiser nog bescherming wenst, concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas en griffier M. Kok op 6 december 2023.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27463

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2023 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. J. Burema),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 4 september 2023, waarin de staatssecretaris heeft bepaald de asielaanvraag van eiser van 14 mei 2023 niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet
nodig is. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Heeft eiser procesbelang bij de beoordeling van zijn beroep?
2. De staatssecretaris heeft de rechtbank op 10 november 2023 meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft op 17 november 2023 laten weten geen contact meer te hebben met eiser.
2.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat als een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel van mag worden uitgegaan dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Dat is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Daarvoor is het nodig dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. [2]
2.2.
Gelet op de bovengenoemde rechtspraak en het bericht van de gemachtigde van eiser van 17 november 2023 neemt de rechtbank aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

3. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van M. Kok, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579, r.o. 2.