Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eisers], V-nummers: [# 1] respectievelijk [# 2] , eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, de Pakistaanse ouders van een jongvolwassene met een asielvergunning in Nederland, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij hun zoon te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in hun nadeel uitviel, ondanks dat het jongvolwassenenbeleid van toepassing was en er sprake was van familie- en gezinsleven.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging ten nadele van eisers uitviel. Verweerder heeft niet adequaat toegelicht hoe hij rekening hield met het gedwongen karakter van de scheiding tussen eisers en referent, de hechtheid van de gezinsband, de objectieve belemmering om het gezinsleven in Pakistan uit te oefenen, en de binding van eisers met Nederland via referent.
Hoewel verweerder het economisch belang van Nederland zwaar heeft meegewogen, is het restrictief toelatingsbeleid niet als zelfstandig belang voldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de belangenafweging niet getuigt van een 'fair balance' en dat verweerder het gebruikelijke grote gewicht aan het belang van het gezinsleven moet toekennen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en ziet geen reden tot herstel via bestuurlijke lus, maar besluit zelf de zaak af te doen door verweerder op te dragen binnen twee weken de mvv te verlenen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing en draagt verweerder op binnen twee weken een mvv te verlenen aan eisers.